Unfortunately, at the moment we can provide only parts of this website in the English language. For those parts of the website that not yet have been translated we recommend use of the Google Translate option next to the title of the item.


Uitgelichte vensters

Door: Jan Portengen November 1980 Gijs Vis Proloog Om tot een goed gesprek te komen is persoonlijk contact nodig. Dat was deze keer een moeilijke zaak, ettelijke vergeefse telefonische pogingen deden mij tenslotte tot de conclusie komen met een druk bezet man van doen te hebben. Hoewel de naam Gijs Vis mij al lang geleden ter ore kwam, was mij verder slechts bekend dat hij wethouder van de gemeente was. Dat word je niet zomaar, een eerste vereiste is natuurlijk dat je je aan de Wet houdt (dat behoeft nauwelijks betoog!), maar daarnaast dient betrokkene oog te hebben voor het algemeen Welzijn en het vertrouwen te genieten van een belangrijk deel van de gemeenschap. Een eigenschap die klaarblijkelijk verkregen wordt door enige tijd actief lid te worden van een politieke partij. Zelfs ik weet echter dat je er dan nog niet bent, aan de definitieve benoeming gaat meestal heel wat politiek geharrewar vooraf. Het was dus vrijwel onmogelijk telefonisch een afspraak te maken, een gegeven dat mij tenslotte tot een kloek besluit deed komen: na ampele overweging besloot ik niet mijn zondagse pak aan te trekken, maar als gewoon mens verkleed een bezoek te brengen aan het bedrijf! Per rijwiel begaf ik mij daartoe via de Achterweg, rechtsaf de Zonneveldlaan in, richting B-post! Nadere informatie bij Zandbergen Sr., die daar op de hoek een lap grond aan het schoffelen was (die weet ook van geen ophouden), maakte me precies duidelijk waar ik moest zijn.Hoewel het zonnetje scheen was het koud, het mooie najaar leek definitief op de vlucht gejaagd. Trouwens, in Valkenburg waait het altijd! Geen wonder dat men hier al vroeg begon de tuin met glas te bedekken. Eerst het zgn. laag-glas (waaron¬der de tuinder kruipend zijn werkzaamheden moest verrichten) later grote glazen bouwwerken waarin deze verrichtingen rechtopstaande kunnen geschieden. Het bedrijf van Gijs Vis is van een betonnen uitrit voorzien. Links ervan een omheining, een hek zodanig geconstrueerd, dat een man het doen en laten van een er achter lopend paard, ondersteund kan gadeslaan. Rechts een stukje “koude” grond, gewoonlijk uit nostalgische overwegingen gereserveerd of simpel om ook nog eens een frisse neus te kunnen halen. Daarmee bezig ontwaarde ik twee mannen, iets in de houding van de oudste deed mij denken mijn doel bereikt te hebben, het bleken echter de oudste zoon en zijn jongere broer te zijn die kennelijk met plezier in de voetstappen van hun vader treden. Deze laatste bleek naar een vergadering te zijn ergens in de bollen¬streek!Met het voornemen het 's-middags nog eens te proberen besteeg ik mijn rijwiel en keerde huiswaarts. Ook deze rit gaf mij de nodige inspiratie! Ten eerste moest ik dekking zoeken voor een door de bocht scheurende bestelauto. Naast de coureur zag ik nog in een snelle flits Gerrit Barnhoorn Sr., die kennelijk met haast naar een zeker doel werd gesleurd. (Een haastige groet in het voorbijsnellen!) Voorts was er on¬danks de kou en het vreemde uur van de dag weer een spion op de achterweg (maar daarover een andere keer). Het gesprek“Wat voor zin heeft het mij te beschrijven? Wie ben ik. Eerlijk gezegd was ik niet van plan te praten.” Naast mij staat mijn 55-jarige gastheer, het gerimpelde gezicht in de richting van het schrale zonnetje. We hangen over het hek! Het paard begrijpt niet veel van die belangstelling, die geen belangstelling is en doet drammerige pogingen de aandacht te trekken. Het begin van het gesprek is “Straight to the point”; want inderdaad is dat een goede vraag. Hebben deze gesprekken en het weergeven ervan zin voor Valken¬burg? Zonder echter een antwoord op deze indringende vraag te vinden, raken we ongemerkt aan de praat. Over het wethouderschap. Over ruimtelijke ordening en goedkope woningbouw. Als daarvoor geijverd is en je ziet dan dat de prijzen de pan uit rijzen! “Wat voor zin heeft dan alles gehad? Als je bedenkt hoeveel tijd er in gestopt is, vraag je je af of die tijd niet beter besteed had kunnen worden!” Lang blijft hij daar echter niet bij stil staan. Het heden is van meer belang. In de grond van de zaak heeft hij een hekel aan politiek. “Je moet uitkijken er niet door te vervui¬len!”. We praten over de veranderingen in de maat¬schappij. “We denken niet meer economisch. Iedereen wil overal bomen planten maar geen hap minder eten. De kerncentrale moet dicht, maar niemand wil thuis het knopje van de elektriciteit omdraaien. Democratie zonder orde is de ondergang”. Hij rolt een sigaret, harde vingers met de kleur van tuinaarde. Vertelt over het lidmaatschap van het hoofdbestuur van de Christelijke Boeren en Tuindersbond, West Nederland. Daar vind je nog echte mannenbroeders! Dat laatste woord bevalt hem echter niet zo erg, hij zoekt een andere omschrijving. “Mannen die voor hun zaak staan, de schouders er onder zetten! Zo'n voorzitter als Bukman, daar heb ik diep respect voor. De C van CBTB wordt er serieus genomen. Zelf sta ik daar ook helemaal achter, hoewel sommige mensen dat wel niet zullen begrijpen”. Over deze kennelijk zere zaak praten we niet verder. Er vallen nog meer namen. Lid van de Bloemisterij commissie van het CBTB. Lid van het bestuur van de Stichting tot Verbetering van de Agrarische structuur in het Noordelijk kustgebied (Stikust). Lid van het dagelijks bestuur van de agrarische structuurcommissie Bollenstreek, Rijnsburg en omgeving. Lid van de provinciale advies-commissie agrarische structuur verbetering in Zuid-Holland (een adviesorgaan van het Prov. bestuur) en tenslotte komen we weer op eigen terrein: secretaris van de CBTB afd. Valkenburg. U ziet Gijs Vis is een druk bezet man. Er is goed overleg met de ambtelijke regionen van de overheid. Het landbouwschap heeft een belangrijke functie in onze economie. “We hebben immers een ei¬gen ministerie!”, constateert hij niet zonder enige trots. De “Castellum¬ruiters” komen ter sprake. Hij is daarvan voorzitter. Ervaart het als een niet onbelangrijk stuk jeugdwerk.  Schijnbaar heeft hij weinig last van de kille zeelucht, die over het vliegveld komt aanwaaien en mij doet verkleumen tot op het bot. We vluch¬ten de kas in. Ik krijg een vluchtige indruk van buizen en soortgelijke appendages. Elektrisch bediende pompen, schakelkasten en relais. Een zadel over een hok met het opschrift “Anneke”. Een oude vervaarlijke cirkelzaagmachine (kom je in veel dergelijke bedrijven tegen, toch zie je weinig tuinders zonder vingers!). Rijen potplanten op tafels en bloemen op de begane grond. We komen in de “rusthoek”. Een van  ge¬mak¬kelijke zitjes voorzien, afgescheiden gedeelte (een veilingkist als tafel) waar vermoeide werkers bij tijd en wijle hun koffie genieten en pauzeren. Boeren en tuinders kunnen dank zij de werk¬kracht van hun hele gezin (!!) en dat gedurende een groot deel van de dag en de nacht, ruimschoots het inkomen van minimumloners evenaren!!! Als weer en wind meezitten is het zelfs mogelijk het modale inkomen te benaderen! Dat werd me duidelijk gemaakt. U begrijpt dat Gijs Vis, bijgestaan door een flinke vrouw, drie zoons en twee nog zeer jeugdige meisjes (een tweeling), geen reden tot klagen heeft. De oudste dochter is reeds gehuwd. We komen nu pas goed op dreef! Geboren en getogen in het dorp, waardeert hij die plaats als een enclave in de randstad. Met de nodige tegenzin heeft hij zich door de lagere school geworsteld. Heeft veel opgestoken op de jongelingsvereniging. Twee jaar ondergedoken tijdens de bezetting. Na de oorlog dienst genomen bij de “Zwarte Baretten” (huzaren van Boreel). Als wachtmees¬ter. (Mij gaat een licht op! Van dat korps schijn je nooit meer los te komen. Je bent dan ook niet meer geschikt voor enige andere militaire functie! Een speciaal korps met speciale mensen!) Ging met de 7 dec. divisie (EM) voor ruim drie jaren  naar Indië. Voelde er veel voor om in dienst te blijven (zie je wel!), maar vraagt zich af of hij de huidige toestand zou kunnen verdragen. “Het kan me niet schelen hoe ze er bij lopen, maar discipline moet er wel zijn!” Tenslotte nog iets over de verenigingen-raad. “Ik hoop dat jullie het zullen volhouden! Er zal een agenda moeten zijn. Praktische zaken. Het Dorpshuis hoort daarbij, volgens mij!” EpiloogHet gesprek met Gijs Vis is moeilijk weer te geven. Razend snel werden zijn gedachten geformuleerd. Mijn vingers waren te stijf om daarvan ook maar iets op te schrijven. Na een ruim twee uur durend gesprek namen we hartelijk afscheid. Het was mistig geworden, desondanks was op de Achterweg het aantal kleumende spionnen groter dan ooit! Dat moeten we toch eens nader bezien!

Oktober 1983. Door: Jan Portengen Jaap van Kouwenhove Jaap van Kouwenhove is een bekende Valkenburger! Niet dat hij door iedereen bij de voornaam genoemd wordt. Het dorp spreekt van hem als: meneer van Kouwenhove. Is het dan zo'n deftig mens? Helemaal niet. Hij heeft niet eens een auto! Zelfs geen rijbewijs. Op de brommer gaat hij naar zijn werk. Zwaar gehelmd en ingepakt. Klein van stuk, maar groot van uiterlijk.  Toch heeft hij een witte-boorden baantje. Chef van de Binnendienst is hij. Op een assurantie-kantoor in Leiden. Het is een administrateur in hart en nieren. Eén van de oude stempel. Toen hij drie was, kreeg hij kinderverlamming. Het bleef beperkt to het bovendeel van zijn rechterarm. Sindsdien doet hij alles links! Behalve schrijven. De meester dwong hem tot het gebruik van zijn rechterhand. Op straffe van kastijding. Zo ging dat in die dagen. Hij mocht naar de MULO. Hem ontbrak echter de zin. Drie jaar hield hij het vol. Later volgde hij avondscholen. Middenstandsdiploma. Boekhouden. En dergelijke.Vader van Kouwenhove voer op de grote vaart. Gedurende de oorlog in Engeland. Het gezin woonde in Noordwijk. Na de bevrijding kwam hij terug. Zijn gezondheid was geknakt. Toch werd hij goedgekeurd voor een nieuwe reis. Hij mocht het niet meer beleven. Hartverlamming. Ze woonden toen in Leiden. Ergens op een Singel. Jaap werkte bij de LOI. Personeelsadministratie. Nauwkeurig hield hij de werktijden bij. Wie te laat kwam, moest een dubbeltje betalen. Eén was er die steeds een open brug op haar weg vond. Of een gesloten spoorwegovergang. Het kostte haar een fikse bijdrage. Tot ze elkaar met andere ogen bekeken. Geen boete meer! Ze trouwden.Is Jaap van Kouwenhove een man die met twee maten meet? Hoe dies zij, hij ging in dienst bij een accountant. Om de fijne kneepjes van het vak te leren. Eén van zijn baantjes was het incasseren van huurpenningen. Het bracht hem in contact met de Valkenburgers. En huisvesting. Incasseren is uit de tijd, zegt hij nu. Je treft de vrouwen niet meer thuis. Ook 's avonds ben je niet welkom. De TV is funest voor de verzekeringsman. Zo is er geen contact meer met de klanten. Alles gaat via de computer. En daar zit geen persoonlijkheid in.In dit verband vertelde hij een ander verhaal. “Laatst was er een klant bij me op de zaak. Zijn vader was overleden. Zeventig jaar. Als je even wacht, zei ik, betaal ik je gelijk uit! De klant stond perplex. Wat is het hier een koude bedoening!, herhaalde hij een paar keer. Op mijn beurt stond ik verbaasd. Wat dacht U? Het is mijn dagelijks werk, hoor! Weet je wat, neem maar een bakje koffie.”De schaakvereniging stond mat. Nog twee kastelen wankelden op de rand van het bord. Rob den Tonkelaar deed een laatste poging: “Joh, je komt toch in Valkenburg wonen? Ik heb wel weer zin om te schaken. En Herman Russchenberg ook. We waren van plan op te heffen!” De Toren werd weer opgericht met een springlevende Koning.Dat was zo'n zestien jaar geleden. In het Wapen van Valkenburg werden de eerste veldslagen geleverd. Gratis werd de ruimte ter beschikking gesteld. Zelfs voor extra bediening werd gezorgd. De club was echter klein. Van Emmerik zou aan hun koffie weinig verdienen, meenden ze. Daardoor voelden ze zich bezwaard. Van narigheid dronken ze dan maar een biertje. Of een glaasje jenever. Hetgeen de prestaties niet ten goede kwam. Ze schaken nu alweer jaren in het Trefpunt. Van Kouwenhove is sinds enige weken geen voorzitter meer. Om gezondheidsredenen. Wankelt de Toren nu weer? “Niks ervan! Een springlevende vereniging. Financieel gezond. De subsidie wordt minder. Dat kan iedereen zien aankomen. Trouwens, een vereniging moet zichzelf kunnen bedruipen. We hebben een trainer. De zaalhuur moet worden opgebracht. Die trainer is zijn geld waard. Bij de jeugd zitten een paar goede schakertjes. Van die jonge ventjes! We halen punten tegenwoordig. Winnen wedstrijden!” Zelf acht hij zich een middelmatig schaker. Het voorzitterschap kostte hem veel tijd, merkt hij nu. Niet met alles is hij gestopt. Nog is hij secretaris van de jeugd-snel-schaak-kampioenschappen. Uit heel Nederland komen de deelnemers naar Leiderdorp. “Ik ben nu bezig met een nieuwe sponsor voor ruim 10.000 gulden. Mag de naam niet noemen. Dat is het voordeel als je veel contacten hebt.” Vervolgens is er de oranjevereniging “Wilhelmina”. Het organiseren van de jaarlijkse festiviteiten rond de paardenmarkt. De vereniging bestaat nu ruim vijftig jaar. Een derde gedeelte daarvan is hij nu voorzitter! Persoonlijk gaat het bestuur het dorp door voor een bijdrage. “Ondanks de slechte tijd, wordt er goed gegeven. Als dan het hele dorp in rep en roer is, denk ik bij mijzelf: Zo, dat hebben we weer aardig voor elkaar gebokst!”  Tenslotte is hij ook op het voetbalveld geen onbekende. Niet dat hij zelf speelt, maar als scheidsrechter. Ruim 29 jaar heeft hij in de eerste klas van de afdeling gefloten. Nu nog is hij de veldcontroleur van Valken '68. Al met al is hij 'Official' en lid van verdienste van de KNVB. “'k Heb er ontieglijk veel vrienden door gekregen. Je maakt als scheidsrechter ook fouten. Ik kon altijd goed van me af praten. Als een speler commentaar had, zei ik: Ik heb jou ook al twintig keer op het doel zien schieten. Steeds mis!”Verbleekt zijn vrouw onder deze uitgebreide opsomming? Sophia Zuidema acht zich een rasechte Leidse maar haar vader kwam uit Hoogeveen. Zij dus werkte bij de LOI. Tot er kinderen kwamen. Eerst een dochter, Heleen, nu alweer getrouwd. Binnenkort komen ze in Valkenburg wonen! Daarna een zoon, Freek. Als matroos 2e klas vervult hij zijn dienstplicht op het vliegveld. De tweede dochter, Evelien, leerde voor bejaardenverzorgster op Uytterdijk. Nu werkt ze in het Sophiahuis te Wassenaar. Voorts wederom een dochter, Liesbeth. Het gezin werd voltooid geacht met een vierde dochter, Jeanet. Beiden zitten op de MAVO in Rijnsburg. Moeder blijft echter niet in huis zitten. Ze organiseert jaarlijks de collecte van de AVO. Voor minder validen. Kruipt het bloed waar het niet gaan kan? Ze is lid van de vereniging van plattelandsvrouwen: “Meegegaan met een vriendin. Toch zorg ik ervoor de kinderen niet alleen te laten.”Vaak is het een gezellige boel op de Marinus Poststraat 61. Met onbelemmerd uitzicht op het vliegveld. “Het is hier altijd een zoete inval. Soms wel eens te druk. Vorige week werd mijn man 61 jaar. Er zijn er wel zo'n zestig geweest. We zetten dan de tafel uit de kamer. Het wordt ons wel eens te klein.” Jaap van Kouwenhove steekt een sigaret op. Onder zijn stoel ligt de hond. Een kruising tussen een Golden Retriever en een Cocker Spaniel. Wantrouwig loert hij naar me. En gromt.

Februari 1982. Door: Jan Portengen Jan van den Berg Deel 1. Waarin de schrijver een oude bekende ontmoet.Hoewel niet in Valkenburg ben ik toch geboren en getogen in een dorp en werkte er als leerling in een garage. Ik en de baas deden het werk. We repareerden alles waar wielen onder zaten. Naast ons was het bedrijf van de fietsenmaker. Diens zoon en hulp was een paar jaar jonger dan ik daarom keek hij hoog tegen mij op, de gevorderde monteur. Hij bediende de benzinepomp van zijn vader, een antieke vleugelpomp, ik die van mijn baas, een modern elektrisch gedreven apparaat. Soms was er voor beiden tegelijkertijd een klant en liepen we samen op. Dan stak hij altijd vrolijk groetend de hand naar me op. We verloren elkaar uit het oog. Totdat ik, onlangs op bezoek, een rijwielonderdeel nodig had en besloot het bij hem te halen. Hij bleek opgegroeid tot een wat gebogen oude man. We groetten elkaar hartelijk. “Jij hebt het maar goed gemaakt!” begon hij. Het oude respect was nu vermengd met wat flegmatieke weemoed. Van mijn kant kriebelden de vingers bij het zien van het rustige werkplaatsje en de prettige sfeer die er uitging van de ring en steeksleutels, de tangen en schroevendraaiers. Of het nu het opgekropte gal van jaren was dat hij kwijt moest, of dat het inmiddels een gewoonte van hem geworden is: in het volgende half uur zag hij kans om alle problemen van een fietsenmaker in het bijzonder en de kleine middenstand in het algemeen over me uit te storten. “Ik heb er geen zin meer in, Jan” begon hij. “Er is geen aardigheid meer aan! De mensen worden lastig. Als het niet vlug genoeg gaat worden ze zelfs agressief!” Het is iets wat ik me kan indenken 's-mans langzaam bewegen in aanmerking genomen, dies knikte ik begrijpend. Het bleek koren op zijn molen. Vooral toen ik hem adviseerde een hulpmonteur in dienst te nemen kwam hij goed los. De hele rotte maatschappij, de verwording der zeden, de ondermijning van het gezag en de werkschuwheid en onbetrouwbaarheid van het jeugdige personeel werden in één grote stortvloed van woorden uitgebraakt. “Er is maar één goede oplossing. Werkkampen! En alle linkse tuig er in! Zeg nou zelf eens, Jan” besloot hij heftig. Ik deed er enige seconden beduusd het zwijgen toe. En keek hem eens goed aan. “Maar Jan” begon ik weifelend (hij heet ook Jan) “Je was vroeger altijd zo'n vrolijke jongen!” Ietwat gedeprimeerd verliet ik het bedrijf.Deel 2. Waarin de lezer kennis maakt met een bedrijf en een gezin. Ik dacht aan onze Valkenburgse fietsenmaker. En het van leven bruisende bedrijf dat hij in een aantal jaren heeft opgebouwd. Waar somtijds zelfs twee jongmaatjes hun loon verdienen en het vak leren van een vakman die tot in de verre omtrek bekendheid geniet. Zo kan het dus ook, bedacht ik. Jan v.d. Berg staat er met grote ijzeren letters op de werkplaats. Via de winkel werd ik in de voorkamer genood. Dertien jaar wonen ze nu hier, zijn vrouw en dochter en hij. Later kwam Jan jr. Die is nu vier jaar. Het bedrijfspand werd overgenomen van de fam. Rijnsburger. Het was een winkel met elektrische artikelen. De Valkenburgse rijwielen werden toen gerepareerd door Joop v.d. Nagel en de Fa. van Stijn. Beiden hadden echter weinig behoefte daarmee door te gaan zodat er ruimte bleek voor nieuw initiatief. Alles liep gesmeerd! Totdat al vrij vlug de grote klap kwam. Een flinke brand, begonnen in de werkplaats, breidde zich uit naar de winkel en bedreigde het woonhuis. Moeder en dochter zochten een heenkomen bij de buren. De brandweer was snel en kon erger voorkomen. De schade was echter groot. De inventaris van de winkel en werkplaats waren veranderd in een grote hoop uitgebrande frames, geknalde spuitbussen en zwartgeblakerde onderdelen. Waaruit de damp van het bluswater opsteeg. Groot was de wanhoop van de beide echtelieden die een tijdelijk onderdak vonden in Katwijk. Nu bleek wat goede nabuurschap vermag! De brandweer liet het niet bij het blussen van de brand en organiseerde een rondgang door het dorp. Onder het motto: Help Van de Berg uit de brand! Het resultaat was niet alleen een financiële opkikker voor het gezin, maar vooral een morele! Ze vatten weer moed. En begonnen opnieuw. Deel 3. Waarin we kennismaken met de Hoofdpersoon.Oorspronkelijk moest Jan boerenknecht worden. Vader Van den Berg was molenaar. Het gezin met tien kinderen bewoonde de molen. En dus moest er brood op de plank komen! Jan had echter andere aspiraties. Het begon met een 98cc NSU motorrijwiel. In delen werd het apparaat naar de zolder gesmokkeld en daar in elkaar gezet. Op zondagmiddag, als pa lag te slapen, werd het vurige motorfietsje uitgeprobeerd op de landweggetjes en daarna weer uiteen genomen! Om kwart over drie 's morgens moest hij bij de boer zijn. 's Avonds naar de ambachtsschool. In Zoeterwoude werd de eerste fietsenmakerij gestart. Met een compagnon. Het werd een mislukking. Daarna werd hij kraanmachinist. Kort daarna moest hij in dienst. Als monteur-motorvoertuigen bij de Lichte Luva. Hij vond het een vrijgevochten leven! Nadat hij zo'n tien jaar als kraandrijver gewerkt had, wilde hij toch weer de werkplaats in en nam dienst bij Roest. In Oegstgeest. Daar leerde hij het vak pas goed! Roest was een kortaangebonden baas. Dat ondervond een dame die met een lekke band de werkplaats binnen kwam. Kort tevoren was ze door een flinke hondenhoop gereden. Toen de oude baas de band aanvatte, om met de bekende handgreep deze uit de velg te lichten, bleek dat reden voor enkele hartgrondige opmerkingen. “Nou ja” lachte de klant, in antwoord op zijn gemopper, “Daar ben je fietsenmaker voor!” Roest schijnt toen “Hulk” geworden te zijn! “Wat fietsenmaker!” brulde hij, en smeet het rijwiel met enig vertoon van geweld de deur uit. Het vloog door de lucht, reed vervolgens op eigen kracht vele meters voort en belandde tenslotte opstijgerend tegen een boom in een tak.In Oegstgeest is Jan in het huwelijk getreden. Zijn vrouw komt uit Katwijk-binnen. Haar vader is daar tuinder. Zoals al gezegd zijn ze uit Oegstgeest naar Valkenburg gekomen. Moeder en dochter Linda zijn beiden enthousiaste leden van de Valkruiters. Moeder tevens als secretaresse. Ze doet ook de boekhouding van de zaak. In de winkel zult U haar zelden of nooit zien. Een fiets is geen pondje suiker. De koper heeft recht op een goed advies. En daar is vakkennis voor nodig. En niet minder voor de verschillende soorten brommers, motormaaiers, kettingzagen en niet te vergeten de schaatsen.     Zonder verkoop zou de werkplaats geen droog brood opleveren. Niet omdat er onvoldoende reparatieaanbod is. Werk genoeg. Zo zelfs dat hij, om overdag de handen vrij te hebben voor de klanten, vaak al om half zes opstaat om aan het sleutelen te gaan. Dan kun je lekker opschieten.  Deel 4. Waarin we kennis maken met het Personeel en de Klanten en de schrijver zich voorneemt niet meer over de Hoofdstraat te zeuren! De rechterhand van onze rijwielhersteller is Gerrit Hoekstra. Als jongen van zeven jaar liep hij al hele dagen in de werkplaats en is van lieverlede opgegroeid tot een gewaardeerde volleerde fietsenmaker. Werk genoeg dus. Als je echter de werkelijke kosten moet doorberekenen dan zou een fietsbel van 2 gulden inclusief de montage zo'n 5 gulden moeten kosten. En hou je geen klant over! Dus wordt het vaak service van de zaak. De werkplaats is, net als de smederij van de Fa. v. Stijn vroeger, een ontmoetingsplaats voor jongelieden. “Je moet wel eens schoonmaak houden!” lacht de fietsenmaker. Hij hoopt nog steeds op een uitbreidingsmogelijkheid. Ook bekende hij toch wel eens de wenkbrauwen gefronst te hebben. Het was toen een jongedame hem 's morgens uit bed belde om de lege band van haar fiets op te pompen. En U kunt wel nagaan hoe vroeg dat geweest moet zijn.

Oktober 1982. Door: Jan PortengenJan van Egmond Een Chow-Chow is een uit China afkomstige, sterke hond met het uiterlijk van een kleine roestbruine beer. Met name Bimbo trok vele keren zijn tegenstribbelende baas uit de Lotsystraat naar de Achterweg en verder. Tegenwoordig moet de vrouw met hem uit. Toen ik te dicht naast zijn baas ging zitten, werd hij jaloers en drong zich tussen ons. Dus schoof ik maar wat op, de bank was breed genoeg. Zijn baas, waarover dit gesprek zal gaan, heeft vele jaren het dorp onveilig gemaakt met zijn onverslijtbare motorbakfiets en kan dat nog steeds niet laten. Zijn kruk gooit hij dan ergens voor in de bak! “Natuurlijk”, zult U nu zeggen, “Jan van Egmond uit de Lotsystraat!” En zo is het. Onze bloemenkoopman is van oorsprong een Rijnsburger en gehuwd met Emmy van der Meij, een niet minder markante Valkenburgse. Het echtpaar kreeg zes kinderen. Tijdens mijn bezoek kwam kleinzoon Gerard binnen, trots zwaaiend met een ballonnetje. Opa reageerde spontaan: “Oo! Nu gaat de wereld de hoogte in!” Inderdaad voor een kind is een ballonnetje de hele wereld en voor oudere mensen de herinneringen. Jan van Egmond blijkt zich alles nog haarscherp te herinneren. Zelf heeft hij al plannen gehad om zijn belevenissen op schrift te stellen. Als het zover was kon hij meestal geen balpennetje vinden! Die memoires dateren vanaf zijn derde jaar. “Toen liep ik al met die gasten mee in Rijnsburg; tulpen verkopen voor 3 cent per stuk en “starretjes” met kerst. En dat alles om snoep en nogablokken te kunnen kopen bij Jans de Putter.” Het gebeurde in die dagen dat hij, komend uit die snoepwinkel bij de Krom, onder de tram geraakte waarbij zijn voet werd afgereden. Een mobilisatietram met kolen voor Noordwijk, weet hij nog.Het was 1916, er zat een legerofficier op de bok. Zijn vrouw en dochter die mee zaten te luisteren werden al die details wat te gortig. “Man”, wierp zijn vrouw tegen, “toen ik drie was zat ik nog in de kinderstoel!” Ook dochter deed een duit in het zakje: “Vertel liever het verhaal van toen, dat je met je houten been gaten in de grond stampte voor het aardappelen-poten!” Maar onverstoorbaar werd het jeugdverhaal voortgezet. Zijn linkerbeen werd voorzien van speciaal schoeisel. Jan mengde zich al weer spoedig onder zijn kornuiten. Het werd een bron van sterke verhalen! Op de lagere school was hij wat “kletserig”. Meester 'Sikkie' stuurde hem ten einde raad naar huis. Jan zag echter handel en ging voor 10 cent per zak gras snijden. Prinsheerlijk meerijdend op de paardenwagen van zijn 'baas', moest hij wegduiken als zijn vader in zicht kwam. Drie maanden wist hij dat vol te houden. Daarna werd hij weer één der nagels aan de doodkist van de meester. Als ze niet moesten werken, hielden de jongelui zich na schooltijd onledig met de tram. Ze bonden er allerhande voorwerpen aan, die rinkelend meegesleept werden, of sprongen op de tram en liftten zo naar Noordwijk en weer terug. Totdat ze gegrepen werden en toen was Leiden in last. De ouders moesten een retourtje Noordwijk betalen, het was toen gauw afgelopen. Bij de, in de loop der jaren uit de kluiten groeiende Rijnsburgertjes, ontwikkelde zich een steeds groter wordende behoefte ontspanning te zoeken buiten het dorp. Leiden, Katwijk en Noordwijk moesten het ontgelden. Wie zuchtend de verrichtingen van de jeugd van “teugenswoordig” gade slaat, moet maar eens met Jan van Egmond gaan praten! Namen als Pieter Kromme, Bert Hogenhuis, Gerrit van Bassie en Gerard van Grijgte staan onuitwisbaar in het geheugen gegrift. Vooral Pieter bleek een macabere grapjas. “Daar lachten we ons altijd dood mee!”, verklaarde mijn gastheer. In Leiden werden ze eens de bioscoop uitgesmeten. Ze zwierven door de stad, totdat ze in de Donkersteeg een agent zagen naderen. Vlug deden ze net alsof ze een inbraak aan het plegen waren in de goudwinkel ter plekke. Alsof ze betrapt werden, holden ze weg. Met zijn fluit had de politieman echter spoedig versterking, de bandieten werden ingerekend. Pas de volgende morgen werden ze na een streng verhoor vrij gelaten. Dat avontuur beviel hen zo goed, dat ze naar Katwijk trokken in de hoop op een identieke behandeling, een nachtje in de nor. Hoe ze ook treiterden, noch Katwijk, noch later Noordwijk, reageerden op de door hen gewenste wijze. Onverrichter zake moesten ze terugkeren naar hun geboortegrond. Ze vonden een uitlaatklep, het afzagen van de takken van een perenboom met peren en al eraan. Toen Jan enige dagen daarna 's avonds in Katwijk moest zijn, wilde hij een kaars van zijn fietslantaarn aansteken. De pit moest daartoe opgewipt worden. Jan had een stokje nodig en plukte dat van een boom in een tuintje van een huis, en daar had de “Buffel” op gewacht. Hij kreeg een bekeuring voor het vernielen van andermans eigendom. Met een briefje van de eigenaresse van de boom, wist hij voor het gerecht zijn betrekkelijke onschuld te bewijzen en werd vrijgesproken. Maar niet lang daarna, pakte dezelfde politieman hem voor het rijden zonder licht. En daar kon hij niet onderuit.Als dertienjarige jongen zat hij al volop in de groente- en bloemenhandel. “Ik drukte al af op de veiling”, zo omschreef hij het zelf. Alles werd met de bakfiets of de handkar gedaan. Of met de mandfiets, zoals die eerste keer naar Leiden. Bij de eerste de beste klant moest hij binnen komen. De hartelijke vrouw informeerde naar de oorzaak van zijn houten been en schonk koffie met koek. Jan had echter meer oog voor haar vier dochters. De moeder bleek ook in dat opzicht niet karig. “Zoek er maar één uit, ik kan ze aan de straatstenen niet kwijt!”, moet ze gezegd hebben. Er bleek echter een ander voor hem bestemd. Enkele weken voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog, reed Jan met een hortensia in zijn handen op de fiets. Het werd donker en het licht moest aangezet worden. Uiteraard brandde het weer eens niet. Een hulpvaardige jongedame hield de plant vast zolang hij bezig was met de reparatie. “En sinds die tijd zit ze aan hem vast”, grapte Emmy. Jan maakte lange dagen maar ook lange reizen met de bakfiets. Naar Berkel-Rodenrijs, maar ook een enkele keer naar Den Helder. Om vier uur 's morgens trok hij er dan op uit. Soms met een slaperig hoofd, want het gebeurde dat hij in plaats van het pontje op, de Rijn in reed. Met bakfiets en handel en al. “'t Was goed dat ik nog een beetje zwemmen kon, want anders was ik helemaal gezonken!”, besloot hij dit verhaal. In de hongerwinter kwam zijn ervaring goed van pas. In een dag reed hij met de bakfiets naar de IJsselbrug bij Zwolle. Het was de enige toegangsweg naar het Noorden. De Duitsers lieten hem ongemoeid vanwege zijn handicap. Zijn aangeboren handelsgeest en vrijmoedigheid brachten brood op de plank en zelfs bij deze en gene boer daarenboven beleg. Met die zelfde vrijmoedigheid wist hij ook een Rijnsburgse onderduiker over de IJsselbrug te smokkelen, verborgen onder wat oude zakken en dekens. Maar het hielp hem weinig als er beschietingen uit de lucht plaatsvonden. De mensen sprongen dan zo snel mogelijk in langs de weg gegraven putten. En dat gaf Jan wel eens problemen. “Dat ik nog leef, kan ik niet begrijpen!”, dacht hij hardop. Een diepe indruk heeft de terechtstelling van 50 gijzelaars op hem gemaakt. De voorbijgangers werden gedwongen langs de stoffelijke overschotten te lopen en te rijden. Vol lof is hij over de hartelijkheid van de Overijsselse en Drentse boeren. Als hij dan na vele avonturen weer thuis kwam, trok hij er niet lang daarna weer op uit.“Mijn vrouw gaf alles weg”, mopperde hij gekscherend. Maar zelf kan hij ook royaal voor de dag komen. Zo met een gebaar van: Wie het breed heeft, laat het breed hangen! Het is een man die een hele rol drop geeft aan een kind, in plaats van een enkel snoepje. Na de oorlog heeft hij zich volop in de bloemenhandel kunnen uitleven. In Leidschendam had hij een goed beklante stand bij het Postkantoor. En een ventvergunning voor Voorburg, waar hij zijn komst altijd met een bel aankondigde. Hij verdiende er een goed stuk brood mee. Maar vorig jaar moest hij opnieuw aan zijn been geopereerd worden. Het kostte hem vele maanden ziekenhuis en revalidatie in het zeehospitium. En de moeite van het aanpassen aan een nieuwe orthopedische voorziening. Zijn stand in Leidschendam heeft hij overgedaan aan een opvolger. Maar zoals al gezegd, hij kan het bakfietsen niet laten en rijdt nog regelmatig naar de veiling. Of moet ik zeggen: Hij kan het handelen niet laten?

Cornelis Ouwersloot is de gezamenlijke stamvader van de familie Ouwersloot. Hij vestigde zich (na 1750) in Valkenburg. Cornelis kwam uit Leiderdorp waar hij in 1734 huwde met Antje van Oosten en waar ook hun 10 kinderen zijn geboren.   Naam Familie + huwelijksjaar   beroep (man), bijzonderheden woonplaats 1e generatie           1 Cornelis 1710-… Ouwersloot-Antje (Anna) van Oosten 1734 10 kinderen     2e generatie           1.1 Dirk 1735-1795 Ouwersloot-Heijltje van Duijkeren 1759 13 kinderen     1.2 Gerrit 1737-1768 Ouwersloot-Maartje van der Mouw 1758 4 kinderen     1.3 Johannes 1738- ... Ouwersloot-Stijntje van Eijk 1769 3 kinderen trouwen in Nieuwkoop Katwijk aan den Rijn 1.4 Cornelis 1741, +...Vb Ouwersloot-Trijntje Haasbroek 1780 2 dochters trouwen in Alphen ad Rijn Alphen aan den Rijn 1.7 Grietje 1747-1828 Gerrit de Wit-Ouwersloot 1770 10 kinderen   Grietje overlijdt in huis nr 36 3e generatie           1.1.2 Leendert 1762-1841 Ouwersloot-Pieternelletje van der Zwart 1790 10 kinderen   veel kinderen geboren in Katwijk ad Rijn, gedoopt in Valkenburg 1.1.3 Antje 1764-… Johannes Maagdelijn-Ouwersloot 1785 8 kinderen     1.1.4 Aaltje 1766-1833 Bernardus van Dijk -Ouwersloot 1789 2 kinderen trouwen in Wilsveen ondertrouw Valkenburg fl3,--; wonen in Maasland 1.1.7 Cornelis 1769-… Ouwersloot-Jannetje Paschier 1794 5 kinderen     1.1.8 Heiltje 1772-1858 Arij Bol-Ouwersloot 1801 13 kinderen     1.1.11 Gerritje 1778-1837 Dirk Bol-Ouwersloot 1798 9 kinderen     1.1.13 Jannetje 1782-1857 Arie Haasbroek-Ouwersloot 1816 6 kinderen schipper, huwelijk in katwijk Katwijk aaan den Rijn 1.2.1 Anna 1759-1848 Krijn van Oosten-Ouwersloot 1782 6 kinderen   Anna Overlijdt in huisnr 37 1.2.2 Cornelis 1762-1807 Ouwersloot-Neeltje van Duijn 1801 3 kinderen   Overlijden in Heerjansdam (Cornelis) en Leiden (Neeltje) 1.3.1 Anna (Antje) 1772-… Passchier Mulder-Ouwersloot 1791 12 kinderen huwelijk in Oegstgeest Oegstgeest 1.4.2 Neeltje 1783-1824 Cornelis Bol-Ouwersloot 1799 3 kinderen huwelijk in Voorschoten Voorschoten, Oegstgeest 4e generatie           1.1.7.2a Jacob 1797-1877 Ouwersloot-Geertje de Wilde 1826 geen kinderen kalkbrander   1.1.7.2b Jacob 1797-1877 Ouwersloot-Antje Noteboom 1835 9 kinderen veldwachter    1.1.7.3 Gijsbert 1799-1864 Ouwersloot-Margie de Wolff 1829 6 kinderen arbeider ca. 1860 naar Voorschoten 1.1.7.4 Jan 1801-1832 Ouwersloot-Maria Zwijnenberg 1824 5 kinderen,  pannenwerker, kalkbrander, soldaat 6e kind (1836) ver na overlijden Jan geboren in Zutphen 1.1.7.5 Nicolaas (Klaas ) 1804-1864 Ouwersloot-Marijtje ten Donkelaar 1838 11 kinderen korporaal, molenaar?, koopman Benthuizen, Moercapelle, Katwijk ad Rijn, Valkenburg 1.2.2.2 Gerrit 1801-1855 Ouwersloot-Dirkje Kagenaar 1821 8 kinderen pannenwerker   5e generatie           1.1.7.2b.3 Maria 1837-1896 Abraham Peet-Ouwersloot 1864 4 kinderen meesterknecht   1.1.7.2b.4 Cornelis 1838-1915 Ouwersloot-Antje Ouwersloot (=1.7.5.11) 1879 4 kinderen pannenwerker, landbouwer   1.1.7.2b.6 Jan 1841-1904 Ouwersloot- Neeltje Binnendijk 1878 3 kinderen bouwman   1.1.7.4.5 Herman 1832-… Ouwersloot-Maartje de Nijs 5 kinderen arbeider, huwelijk in Hillegom Lisse (kinderen geboren), Voorschoten 1.1.7.5.1a Cornelis 1838-1871 Ouwersloot-Adriana van der Does 1864 3 kinderen arbeider, huwelijk in Leiden zoon wordt met 3 jr wees (naar oom in Rotterdam) 1.1.7.5.1b Cornelis 1838-1871 Ouwersloot-Christina Stekweg 1870 geen kinderen arbeider   1.1.7.5.6 Jannetje1845-1875 Leendert van der Klugt-Ouwersloot 2 kinderen bekend tuinder, huwelijk in Den haag Den Haag, Leiden 1.1.7.5.9a Nicolaas 1849-1918 Ouwersloot-Neeltje van der Nagel 1872 6 kinderen arbeider, barbier   1.1.7.5.9.b Nicolaas 1849-1918 Ouwersloot- jansjevan den Eijkel 1886 2 dochters arbeider   1.1.7.5.10a Maria 1851-1902 Johannes Bregman-Ouwersloot 1872 5 kinderen molenaarsknecht,  huwelijk in Overschie Den Haag 1.1.7.5.10b Maria 1851-1902 Franciscus Sense-Ouwersloot 1885 5 kinderen steenhouwer,  huwelijk in Den Haag Den Haag 1.1.7.5.11 Antje 1854-1913 Cornelis Ouwersloot (=1.7.2.4)-Ouwersloot 1879 7 kinderen; landbouwer   1.2.2.2.1 Cornelis 1822-1874 Ouwersloot-Wilhelmina van Wageningen 1847 12 kinderen schipper Valkenburg, Oegstgeest, Valkenburg 1.2.2.2.2 Johannes 1842-1865 Ouwersloot-Antje de Roode 1845 6 kinderen steenvormer, Huwelijk te Katwijk Valkenburg, Katwijk aan den Rijn 1.2.2.2.3 Neeltje 1826-1888 Cornelis Potse-Ouwersloot 1866 geen kinderen bekend arbeider, huwelijk te Zaandam Neeltje overlijdt te Haarlem 6e generatie           1.1.7.2b.4.1 Antje 1879-1935 Jan Kersbergen-Ouwersloot 1905 4 kinderen bekend fabrieksarbeider Hillegom, Valkenburg  1.1.7.2b.4.2 Nicolaas 1880-… Ouwersloot-van der Wart 1920 geen kinderen bekend landbouwer, huwelijk in Den Haag Den Haag, in 1921 naar Chicago 1.1.7.2b.4.3 Maria 1882-… Arie Kersbergen-Ouwersloot 1915 2 kinderen bloemistknecht Lisse 1.1.7.2b.4.4 Jacob 1884-1943 Ouwersloot-Grietje Kroon 1915 1 kind bekend landbouwer wed. Ouwersloot-Kroon koopt in 1951 stuk landbouwgrond LD 14-8-1951 p5 1.1.7.2b.4.5 Cornelis 1886-1958 ongehuwd     huisgenoot wed. Ouwersloot-Kroon vlg. ovl. adv. 1.1.7.2b.4.6 Mietje 1889-1935 Jacob Bol-Ouwersloot 1917 1 kind bekend warmoezenier   1.1.7.2b.4.10 Jan 1891-1934 Ouwersloot-Gerritje Bol 1919 1 dochter (privé) bekend landbouwer   1.1.7.2b.6.2 Jan 1882-1952 Ouwersloot-Aafje Langeveld 1909 Zie Fam. Ouwersloot-Langeveld. 3 kinderen landbouwer   1.1.7.5.9a.2 Nicolaas 1875-1944 Ouwersloot-Cornelia Durieux 1903 5 kinderen barbier, huwelijk in Katwijk Rijnsburg 1.1.7.5.9a.3 Hendrik 1878-1969 Ouwersloot-Jansje Mina Noppen 1903 4 kinderen veldarbeider   1.1.7.5.9a.4 Cornelis 1881-1920 Ouwersloot-Johanna Heemskerk 1905 4 kinderen barbier Rijnsburg 1.1.7.5.9a.5 Jan 1883-1968 Ouwersloot-Trijntje van der Velden 1911 2 kinderen sergeant 1e klasse Naarden 1.1.7.5.9a.6 Niesje 1885-1952 Jan Dorrepaal-Ouwersloot 1912 2 kinderen bekend timmerman, arbeider  o.a. Den Haag, Utrecht 1.1.7.5.9b.1 Maria 1887-1921 Karel Wassenaar-Ouwersloot 1921 geen kinderen bekend metselaar, huwelijk in Leiden Leiden 1.2.2.2.1.2 Jacobus 1849-1920 Ouwersloot-Pietje Riethoven 1878 3 kinderen bekend schipper, huwelijk in Leiden Leiderdorp, Rotterdam 1.2.2.2.1.3 Dirk 1850-1937 Ouwersloot-Neeltje de Roode 1879 10 kinderen schipper, huwelijkin Leiderdorp  Katwijk 1.2.2.2.1.4 Antonia 1852-1893 Andries de Roode-Ouwersloot 1879 8 kinderen schipper na 1890 weg uit Vb (?Oegstgeest; Kw Rijn) 1.2.2.2.1.6 Wilhelmina 1855-1939 Boudewijn Verhoef-Ouwersloot 1876 13 kinderen schipper kinderen overal in Z-H/N-H geboren; echtpaar overlijdt in Lisse en Alphen ad Rijn 1.2.2.2.1.7 Johanna 1857-1931 Abraham Keijzer-Ouwersloot 1877 15 kinderen pannnenwerker verhuizen na 14e kind naar Oegstgeest 1.2.2.2.1.8 Cornelia 1859-1934 Jan van Duijkeren-Ouwersloot 1887 1 dochter  arbeider, landbouwer   1.2.2.2.1.9 Tijmen 1861-1943 Ouwersloot-Angenietje Haasbroek 1886 Zie Fam. Ouwersloot-Haasbroek. 11 kinderen binnenschipper 1e 4 kinderen geboren te Katwijk, rest te Valkenburg 1.2.2.2.1.10 Antje 1863-1949 Willem Henricus Meijburg-Ouwersloot 1901 2 dochters bekend slijter   1.2.2.2.1.11 Johanna Maria Elisabeth 1866-1936 Johannes Sosef-Ouwersloot 1888 9 kinderen veldarbeider, huwelijk in Rijnsburg  Rijnsburg 1.2.2.2.1.12 Neeltje 1868-1955 Pieter Noppen-Ouwersloot 1891 11 kinderen arbeider gaan 25 april 1905 naar Jutphaas 7e generatie           1.1.7.2b.4.4.1 Cornelis Abraham 1928-1985 Ouwersloot-Lydie van der Nagel  Zie Fam. Ouwersloot-van der Nagel. 3 dochters melkslijter   1.1.7.2b.6.2.1 Jan 1910-1993 Ouwersloot-Anna Paauw 1935 Zie Fam. Ouwersloot-Paauw. 5 kinderen     1.1.7.2b.6.2.2 Wilhelmina Neeltje 1912-2001 Gerard Marinus-Ouwersloot 2 dochters winkelier Sassenheim 1.1.7.2b.6.2.3 Cornelis 1916-2005 Ouwersloot-Johanna (Jo) Kort zie Fam. Ouwersloot-Kort. 1 zoon bekend bloemist   1.1.7.5.9a.3.1 Nicolaas 1904-1991 Ouwersloot-Jansje Hermans 3 kinderen veldarbeider   1.1.7.5.9a.3.2 Jansje Mina 1908-1971 Cornelis Haasnoot-Ouwersloot 2 kinderen voerman  Katwijk 1.1.7.5.9a.3.3 Neeltje 1914-1986 Huibert Pieter Nagtegaal-Ouwersloot 1937 aantal kinderen onbekend tuinman   1.1.7.5.9a.3.4 Hendrik Johannes 1920-1989 Ouwersloot-Maria van Egmond ?1947 zie Fam. Ouwersloot-van Egmond. 4 dochters (privé)     1.2.2.2.1.9.3 Dirk 1889-1938 ongehuwd       1.2.2.2.1.9.4 Wilhelmina 1890-1977 Jacob van Son-Ouwersloot aantal kinderen onbekend bloemistknecht   1.2.2.2.1.9.5 Tijmen 1891-1980 Ouwersloot-Weijntje Kloos 5 kinderen binnenschipper Katwijk 1.2.2.2.1.9.6 Geertruida 1893-1968 Sijbrand Marinus van Rijs-Ouwersloot aantal kinderen onbekend agent van politie   1.2.2.2.1.9.7 Gerrit 1894-1976 Ouwersloot-Gertrude Clementine Heidveld aantal kinderen onbekend fabrieksarbeider   1.2.2.2.1.9.8 Angenietje 1900-1985 Jan de Mooij-Ouwersloot vermoedelijk 4 kinderen tuinder wonen in 1970 in Oegstgeest

De in Schagen geboren IJsbrand Meurs trouwde in 1903 met de Valkenburgse Cornelia Wilhelmina Langeveld. Hij vestigde zich in Valkenburg en daarmee was hij de eerste generatie Meurs in het dorp. Ondanks dat de familie nog maar relatief kort in het dorp woont, is het een klinkende naam geworden. Zoon Cees Meurs heeft veel voor het dorp betekend. Hij was net als zijn vader bakker en hij had een kruidenierswinkel. Ook zette hij zich breed in voor het Valkenburgse verenigingsleven. De familie is ook door tragedie getroffen. Cees' moeder en zijn 1-jarige dochter Emma kwamen om bij de aanvallen op het dorp tijdens de mei-dagen van 1940. Oma en kleindochter lagen in de bedstede van het huisje in de Krom en raakten daar dodelijk gewond door de beschietingen. Generatie Naam + leefjaren Huwelijkspartner Kinderen Bijzonderheden Woonplaats   Cornelis Meurs vóór 1850-… Neeltje Brood 1 zoon     1e generatie           1.0 IJsbrand 1873-1929, bakker Cornelia Wilhelmina Langeveld 1879-1940 6 kinderen Geboren Schagen, huwelijk Voorschoten, overleden Leiden Valkenburg 2e generatie           1.1 Neeltje 1905-… Willem Wassenaar 1902-1967   Geboren Valkenburg huisnummer 79 Valkenburg 1.2 Wilhelmina 1906-1973     Geboren Valkenburg, overleden Katwijk   1.3 Cornelia 1907-1907     Geboren en overleden Valkenburg huisnummer 79, 10 dagen oud   1.4 Cornelis 1909-1971 Neeltje van Dijk 1914-2013 7 kinderen broodbakker Valkenburg, Hoofdstraat 115 1.5 … Meurs 1910-1910     Valkenburg huisnummer 71, levenloos geboren dochter   1.6 … Meurs 1912     Valkenburg huisnummer 71, levenloos geboren zoon   3e generatie           1.4.1           1.4.2           1.4.3 Emma Jacobie 1939-1940     Oorlogsslachtoffer Valkenburg, 15 mei 1940, 1 jaar oud  

Pieter Oosterlee, geboren op 28 november 1802 te Maasland (Midden Delfland), van beroep timmerman, is de gezamenlijke stamvader van de Valkenburgse familie  Oosterlee.Pieter huwde op 15 juni 1834 te Loosduinen met Sara Cornelia van der Valk. Zij is geboren (30 november 1808) en opgegroeid in Loosduinen.Hierna komt het echtpaar in Valkenburg te wonen waar zij 8 kinderen krijgen, waarvan er drie volwassen worden en huwen . Eerdere voorouders zijn via Naaldwijk afkomstig uit de Lier (NH).De nakomelingen van Pieter Oosterlee, kinderen en kleinkinderen, vertrekken vaak weer uit Valkenburg De nakomelingen van Pieter zijn hieronder gerubriceeerd per generatie. Alleen degene die in Valkenburg blijven wonen worden verder gevolgd. Vensters van Valkenburgse nakomelingen zijn te vinden via de deeplink als daar foto's van zijn.     gezin beroep man 1e generatie       1 Pieter1802 Fam. Oosterlee-van der Valk timmerman 2e generatie       1.2 Helena1836 Fam. Berkeveld-Oosterleenaar Leiden   1.3 Abraham1837 Fam. Oosterlee-Wijsmanhuwelijk in Loosduinendaarna naar Wassenaar, Rotterdam timmerman 1.5 Arie1840 Fam. Oosterlee-Bol   3e generatie       1.5.1 Pieter1863 Fam. Oosterlee-Griffioennaar Nijmegen directeur ener bijzondere kweekschool 1.5.2 Arie1864 Fam. Oosterlee-Peet landbouwer 1.5.3 Abraham1865 Zie Fam. Oosterlee-van Egmond. timmerman 1.5.4 Maartje1867 Fam. Vooijs-Oosterleenaar Amsterdam   1.5.6 Johannes1871 Fam. Oosterlee-Barnhoornop 13 mei 1900 naar Noord-Scharwoude (NH), later naar Langedijk timmerman 1.5.7 Helena1874 Fam. Haaksma-OosterleeNaar Zoeterwoude, Oegstgeest directeur Haaksma&Co Leiden 1.5.8 Cornelis1875 Fam. Oosterlee-OudegeestNaar Utrecht, Den Haag banketbakkerchef in een banketbakkerij 1.5.10 Jan1880 Fam. Oosterlee-Bloknaar Vlaardingen, Tiel, Groningen onderwijzerdirecteur normaalschool (Tiel) 1.5.11 Sara Cornelia1882 Fam. Smink-Oosterleehuwen in Amsterdam, wonen buiten Valkenburg   4e generatie       1.5.2.1 Johanna1892 Fam. Bloksma-OosterleeJohanna overlijdt in Amsterdam onderwijzer 1.5.2.2 Abraham1894 Fam. Oosterlee-Postmus26-5-1925 naar Voorschoten teelder (1920) 1.5.2.3 Arie1896 Fam. Oosterlee-de Rijke   1.5.2.6 Pieter1903 Fam. Oosterlee-PaauwPieter is in 1959 overleden in Amsterdam   1.5.2.7 Gerrit1904 Fam. Oosterlee-Hogewoning waker bij een nachtbeveiligingsdienst 1.5.3.1 Arie1901 Fam. Oosterlee-Versteegen (Arie, Maria) landman 1.5.3.2 Willem1902 Fam. Oosterlee-Versteegen (Willem, Eva)   1.5.3.3 Johannes1904 Zie Fam. Oosterlee-Nasveld.   1.5.3.4 Pieter1905 Fam. Oosterlee-Huisman bakker 1.5.3.7 Neeltje Johanna1909 Fam. van Klaveren-Oosterleenaar Vlaardingen   1.5.3.9 Dirk1910     1.5.3.9 Johanna1912 Zie Fam. de Roode-Oosterlee.   5e generatie       1.5.3.2.2 Johannes Abraham Willem(1933) Fam. Oosterlee-Meuleman