Limes - Romeinse Tijd

Limes - Romeinse Tijd

Reeds lange tijd was bekend, dat om en nabij Valkenburg Romeinen hadden gewoond. Meer zekerheid daarover verkreeg Prof. Dr. A.E. van Giffen (1884-1973) die van oorsprong, bioloog, veel belangstelling had voor archeologie. Bij een uitstapje per fiets in april 1914 van Oegstgeest over Rijnsburg, Katwijk en Valkenburg werd Prof. Van Giffen getroffen door het aspect van Valkenburg, dat hem namelijk in elk opzicht herinnerde aan een Fries of Groninger terpdorp. Voortbouwend op oudere meldingen, o.a. van Dr. A.E. Remouchamps, voerde Prof. Van Giffen met succes een kleine verkenning uit op een plek waar een timmerman van Valkenburg bij het slaan van waterputten Romeins schervenmateriaal en bouwresten aansneed. Bij deze proefverkenning stuitte hij op het hart van een Romeins Castellum.
Door de toen reeds aanwezige kennis van de Romeinse bouwwijze o.a. op het Domplein in Utrecht, kon hij uitmeten waar de toegangspoort naar het Castellum gebouwd moest zijn, wat bij nader onderzoek juist bleek.

Dit is slechts het begin van het verhaal over de Romeinse geschiedenis van Valkenburg. Er zullen nog vele verhalen volgen over de betekenis van de opgravingen die sindsdien zijn gedaan in en rondom ons dorp. 

ln deze rubriek nemen wij u mee in dit verhaal.


Uitgelichte vensters

Geen tentenkamp, maar een echt castellum Op 5 november en op 1 december organiseerde het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) webinars over de vondst van het tweede Romeinse castellum in Valkenburg. Die vondst kwam op 22 oktober voor het eerst naar buiten. Projectarcheoloog en directievoerder Peter Jongste vertelde wat meer details. Hoewel er op dit moment nog altijd veel onduidelijk is, staat het vast dat er nog jaren volgen waarin spectaculaire vondsten mogelijk zijn. Een bijzondere houten paal, een oor van een amfoor, scherven terra sigillata...en toen...de funderingen en wal van een tweede castellum. De vondst op 22 oktober kwam nauwelijks een maand nadat het graven op 28 september op een terrein van 10,5 hectare was begonnen. Er is een stuk van 15 meter breedte blootgelegd. Daarin zijn een spitsgracht, de slieten en poeren van de fundering van de wal en houten muur gevonden. Slieten vormen de balkenvloer die werd aangelegd om het gewicht te kunnen dragen; poeren zijn platen die hetzelfde doen. Daarnaast zijn de vier staande palen van (vermoedelijk) een wachttoren aangetroffen. Op grond van dit stuk van vijftien bij tien meter was de speculatie gebaseerd dat het om een groot castellum van driehonderd bij vierhonderd meter ging. Dat komt omdat wordt verondersteld dat de wachttoren die bij de proefgravingen van jaren geleden werd gevonden, ook onderdeel van het zelfde complex uitmaakt. En die staat zoveel verderop, dat deze grootte, genoeg voor het verblijf van een heel legioen, tot de mogelijkheden behoort. Nu de opgravingen weer wat verder zijn, lijken de afmetingen van het kamp nòg groter uit te vallen. De hoekpunten in de westwas zijn gevonden, met daarin een poort en torens. De archeologen gaan er nu van uit dat het kamp tot aan of over de Tjalmaweg gelegen heeft. De noordwal grenst aan een geul van de Rijn. Daar is inmiddels ook de boomstamkano gevonden. Wereld aan kansen En dat opent een wereld aan kansen: dat vanuit Valkenburg troepen werden overgevaren voor de verovering van Brittannia bijvoorbeeld. Maar ook: de mogelijkheid om nog veel en veel meer spectaculaire vondsten te doen in de komende jaren. Een tempel? Beelden? De constructies binnen de kampmuren? Wapens, gebruiksvoorwerpen, munten? De vermelding over Brinno, die rond 70 na Chr. twee 'winterkampen' in de as legde, ging die wellicht over deze twee castella in Valkenburg? Feit is dat zowel in het dorp als in dit nieuwe castellum brandsporen zijn terug te vinden. Zo'n koppeling van geschreven vermeldingen aan archeologie is altijd opwindend.  Degelijke constructie Conservator Romeinen in Nederland bij het RMO Jasper de Bruin had al de verwachting uitgesproken dat er zo'n castellum kon liggen. Daarnaast was er bij het begin van de graafcampagne nog de verwachting dat er een handelsnederzetting, een binnenhaven aan een zijgeul van de Rijn en graven gevonden zouden worden. Op het eerste punt is het dus meteen raak. Het ging toen om de verwachting van een tijdelijk kamp, waarvan het moeilijk zou zijn de resten aan te tonen. De grote verrassing is nu, dat de constructie met slieten en een plaggenwal helemaal niet zo'n vluchtig karakter heeft als was verwacht; er is dezelfde bouwmethode voor een langdurig onderkomen toegepast als die voor het castellum in het dorp. Wat ook prettig is: deze vondsten blijken zeer goed bewaard gebleven. Er is maar één nadeel: het ziet er naar uit dat het zojuist nieuw geopende museum alweer aangepast moet worden.   Leendert van der Ent